Onderzoek naar gebouwen
Onderzoek naar gebouwen bij het Stadsarchief ’s-Hertogenbosch
Het Stadsarchief ’s-Hertogenbosch is een prima startpunt voor onderzoek naar de geschiedenis van de woonomgeving of van een pand in de gemeente ’s-Hertogenbosch. Ieder huis, jong of oud, heeft historie: is het niet vanwege de ouderdom, dan wel door de woonomgeving. Geschiedenis is namelijk overal. Omdat de vraag “ik wil wat meer weten over de geschiedenis van een pand” op verschillende manieren beantwoord kan worden zijn er daarom ook verschillende soorten bronnen beschikbaar.
Een goed begin…
Twee websites zijn een goed begin. Op deze website is een groot deel van het beeldmateriaal van het archief digitaal beschikbaar. Op deze manier is snel een indruk te krijgen hoe een huis of een straat er vroeger heeft uitgezien.
Op de website van de Bossche Encyclopedie is veel informatie over panden uit verschillende bronnen verzameld: www.bossche-encyclopedie.nl
Twee websites zijn een goed begin. Op deze website is een groot deel van het beeldmateriaal van het archief digitaal beschikbaar. Op deze manier is snel een indruk te krijgen hoe een huis of een straat er vroeger heeft uitgezien.
Op de website van de Bossche Encyclopedie is veel informatie over panden uit verschillende bronnen verzameld: www.bossche-encyclopedie.nl
Literatuur en afbeeldingen
In de bibliotheek van het Stadsarchief zijn verschillende publicaties opgenomen over gebouwen. De catalogus van de bibliotheek is op deze website van te raadplegen. Op deze manier kan een bezoek aan de studiezaal worden voorbereid. Het archief leent geen boeken of archiefstukken uit. Wel kunnen tegen betaling fotokopieën gemaakt worden. Tips uit de bibliotheekcatalogus zijn: de zogenaamde Collectie Roelands (zoek gewoon op straatnaam in de catalogus), de boeken van Mosmans (“Oude namen van huizen en straten”) en Van Sasse van Ysselt (“Voorname Huizen en Gebouwen”).
Zoals gezegd is een groot deel van het beeldmateriaal via de website van het stadsarchief digitaal beschikbaar. Maar nog niet al het beeldmateriaal is gedigitaliseerd. Dit geldt vooral voor grotere kaarten en voor de verschillende collecties bouwtekeningen. Deze kunnen wel in de studiezaal worden geraadpleegd. Van dergelijke grote formaten worden overigens geen fotokopieën gemaakt; wel mogen er, in overleg, foto’s gemaakt worden.
In de bibliotheek van het Stadsarchief zijn verschillende publicaties opgenomen over gebouwen. De catalogus van de bibliotheek is op deze website van te raadplegen. Op deze manier kan een bezoek aan de studiezaal worden voorbereid. Het archief leent geen boeken of archiefstukken uit. Wel kunnen tegen betaling fotokopieën gemaakt worden. Tips uit de bibliotheekcatalogus zijn: de zogenaamde Collectie Roelands (zoek gewoon op straatnaam in de catalogus), de boeken van Mosmans (“Oude namen van huizen en straten”) en Van Sasse van Ysselt (“Voorname Huizen en Gebouwen”).
Zoals gezegd is een groot deel van het beeldmateriaal via de website van het stadsarchief digitaal beschikbaar. Maar nog niet al het beeldmateriaal is gedigitaliseerd. Dit geldt vooral voor grotere kaarten en voor de verschillende collecties bouwtekeningen. Deze kunnen wel in de studiezaal worden geraadpleegd. Van dergelijke grote formaten worden overigens geen fotokopieën gemaakt; wel mogen er, in overleg, foto’s gemaakt worden.
Bouwgeschiedenis
Bouwtekeningen die behoren bij aangevraagde en verleende bouwvergunningen vanaf circa 1905 bevinden zich niet bij het Stadsarchief. Hiervoor is in de centrale hal van het Stadskantoor aan de Wolvenhoek een speciale informatiebalie. Deze balie is zonder afspraak op werkdagen te bezoeken. Gaat het over een pand dat op de monumentenlijst staat dan is er zeer waarschijnlijk bouwhistorisch onderzoek gedaan. Deze gegevens zijn, op afspraak, te bekijken bij de afdeling Bouwhistorie, Archeologie en Monumenten van de gemeente. Raadpleeg voor meer informatie over de balie voor bouwvergunningen en over monumenten de website van de gemeente www.s-hertogenbosch.nl
Bouwtekeningen die behoren bij aangevraagde en verleende bouwvergunningen vanaf circa 1905 bevinden zich niet bij het Stadsarchief. Hiervoor is in de centrale hal van het Stadskantoor aan de Wolvenhoek een speciale informatiebalie. Deze balie is zonder afspraak op werkdagen te bezoeken. Gaat het over een pand dat op de monumentenlijst staat dan is er zeer waarschijnlijk bouwhistorisch onderzoek gedaan. Deze gegevens zijn, op afspraak, te bekijken bij de afdeling Bouwhistorie, Archeologie en Monumenten van de gemeente. Raadpleeg voor meer informatie over de balie voor bouwvergunningen en over monumenten de website van de gemeente www.s-hertogenbosch.nl
Bewoners en eigenaars
Voor de geschiedenis van een pand is het van belang gegevens over eigenaren en bewoners met elkaar te combineren. Dit houdt ook verband met regelmatige veranderingen in de nummering van panden en percelen.
Informatie over de bewoners van een pand is voor de twintigste eeuwse situatie te achterhalen via de zogenaamde woningkaarten. Vóór 1920 zijn deze gegevens te halen uit het bevolkingsregister (1812-1920) en de adresboeken (1863-1978). Vóór ruwweg gezegd 1811, dit wil zeggen voor de invoering van het bevolkingsregister en de volkstellingen, zijn de blokboeken (1746-1809) en andere registraties van bewoners, eigenaren enz. interessant. Raadpleeg voor meer informatie bijvoorbeeld de inventaris van het zogenaamde ‘Oud-Stadsarchief 1262-1810’ hoofdstuk VIII Bevolking.
Informatie over de eigenaren van een pand is over de periode 1832-1970 te achterhalen via het kadaster. Het kadaster (oorspronkelijk een vorm van belasting) is een soort burgerlijke stand voor percelen en de bebouwing erop: wie is eigenaar geweest van een perceel in de loop van de tijd en wat is er allemaal veranderd aan de grootte en de bebouwing van een perceel? Houdt er wel rekening mee dat het kadaster een eigen systeem van ‘adressering’ hanteert: deze kadastrale nummering bestaat uit de letter van een sectie (gedeelte van de stad of het dorp) en een volgnummer binnen die sectie. Kijk ook eens op de website www.watwaswaar.nl Let op: voor ’s-Hertogenbosch ontbreekt bij het Stadsarchief een deel van het archief van het kadaster over de periode 1832-1877.
Een andere bron voor veranderingen in het eigendom van percelen en panden zijn de archieven van de notarissen. Hiervoor is het wel handig te weten door welke notaris de verkoopakte is gemaakt. Als de datum van aankoop of verkoop bekend is, kan ook in de krant gezocht worden naar een advertentie waarin het huis wordt aangeboden. De belangrijkste Bossche kranten zijn in de studiezaal op microfiches beschikbaar.
Voor 1811 werden eigendomsoverdrachten ook vastgelegd bij de schepenen. Voor de periode circa 1650-1670, circa 1695-1832 is een database beschikbaar waarin zogenaamde ‘transporten’ van huizen in de binnenstad van ’s-Hertogenbosch zijn opgenomen. Erfdelingen en testamenten kunnen ook informatie bevatten over veranderingen in het eigendom. Raadpleeg de indexen op zowel de rechterlijke als de notariële archieven hiervoor.
Voor de vroegste periode is het zogenaamde Bosch’ Protocol de aangewezen bron voor eigendomsoverdrachten. Let op: het Bosch’ Protocol is vooral in de vroege periode geschreven in het Latijn en in handschriften die vaak alleen door ervaren onderzoekers gelezen kunnen worden. Voor de periode 1366-1500 is een index in de vorm van diverse series kaartenbakken in de studiezaal beschikbaar, onder andere op straatnaam. De periode 1501-1794 is via eigentijdse, korte samenvattingen van de akten toegankelijk gemaakt. Deze samenvattingen zijn in chronologische volgorde gemaakt. Dit betekent dat, voor een efficiënt gebruik, een jaartal of een periode bekend moet zijn waarin er een eigendomsoverdracht is geweest.
Verpondingskohieren, cijnsregisters en andere registraties op het gebied van belastingheffing geven ook informatie over eigenaren. Onderzoek in deze specialistische bronnen voor 1811 vergt wel doorzettingsvermogen. Een goede handleiding geeft “Van hoenen en kapoenen. Gids van cijnsregisters betreffende Noord-Brabant”.
Voor ’s-Hertogenbosch zijn in een speciale database gegevens verzameld over boedelinventarissen zoals die in de notariële archieven werden aangetroffen. Het gaat over de periode 1600-1850. Deze boedelinventarissen geven informatie over de voorwerpen die zich op een bepaald moment in een huis bevonden. Op deze manier ontstaat een beeld over bijvoorbeeld de inrichting of het aantal aanwezig potten, pannen, dekens en lakens van een bepaalde kamer.
Voor de geschiedenis van een pand is het van belang gegevens over eigenaren en bewoners met elkaar te combineren. Dit houdt ook verband met regelmatige veranderingen in de nummering van panden en percelen.
Informatie over de bewoners van een pand is voor de twintigste eeuwse situatie te achterhalen via de zogenaamde woningkaarten. Vóór 1920 zijn deze gegevens te halen uit het bevolkingsregister (1812-1920) en de adresboeken (1863-1978). Vóór ruwweg gezegd 1811, dit wil zeggen voor de invoering van het bevolkingsregister en de volkstellingen, zijn de blokboeken (1746-1809) en andere registraties van bewoners, eigenaren enz. interessant. Raadpleeg voor meer informatie bijvoorbeeld de inventaris van het zogenaamde ‘Oud-Stadsarchief 1262-1810’ hoofdstuk VIII Bevolking.
Informatie over de eigenaren van een pand is over de periode 1832-1970 te achterhalen via het kadaster. Het kadaster (oorspronkelijk een vorm van belasting) is een soort burgerlijke stand voor percelen en de bebouwing erop: wie is eigenaar geweest van een perceel in de loop van de tijd en wat is er allemaal veranderd aan de grootte en de bebouwing van een perceel? Houdt er wel rekening mee dat het kadaster een eigen systeem van ‘adressering’ hanteert: deze kadastrale nummering bestaat uit de letter van een sectie (gedeelte van de stad of het dorp) en een volgnummer binnen die sectie. Kijk ook eens op de website www.watwaswaar.nl Let op: voor ’s-Hertogenbosch ontbreekt bij het Stadsarchief een deel van het archief van het kadaster over de periode 1832-1877.
Een andere bron voor veranderingen in het eigendom van percelen en panden zijn de archieven van de notarissen. Hiervoor is het wel handig te weten door welke notaris de verkoopakte is gemaakt. Als de datum van aankoop of verkoop bekend is, kan ook in de krant gezocht worden naar een advertentie waarin het huis wordt aangeboden. De belangrijkste Bossche kranten zijn in de studiezaal op microfiches beschikbaar.
Voor 1811 werden eigendomsoverdrachten ook vastgelegd bij de schepenen. Voor de periode circa 1650-1670, circa 1695-1832 is een database beschikbaar waarin zogenaamde ‘transporten’ van huizen in de binnenstad van ’s-Hertogenbosch zijn opgenomen. Erfdelingen en testamenten kunnen ook informatie bevatten over veranderingen in het eigendom. Raadpleeg de indexen op zowel de rechterlijke als de notariële archieven hiervoor.
Voor de vroegste periode is het zogenaamde Bosch’ Protocol de aangewezen bron voor eigendomsoverdrachten. Let op: het Bosch’ Protocol is vooral in de vroege periode geschreven in het Latijn en in handschriften die vaak alleen door ervaren onderzoekers gelezen kunnen worden. Voor de periode 1366-1500 is een index in de vorm van diverse series kaartenbakken in de studiezaal beschikbaar, onder andere op straatnaam. De periode 1501-1794 is via eigentijdse, korte samenvattingen van de akten toegankelijk gemaakt. Deze samenvattingen zijn in chronologische volgorde gemaakt. Dit betekent dat, voor een efficiënt gebruik, een jaartal of een periode bekend moet zijn waarin er een eigendomsoverdracht is geweest.
Verpondingskohieren, cijnsregisters en andere registraties op het gebied van belastingheffing geven ook informatie over eigenaren. Onderzoek in deze specialistische bronnen voor 1811 vergt wel doorzettingsvermogen. Een goede handleiding geeft “Van hoenen en kapoenen. Gids van cijnsregisters betreffende Noord-Brabant”.
Voor ’s-Hertogenbosch zijn in een speciale database gegevens verzameld over boedelinventarissen zoals die in de notariële archieven werden aangetroffen. Het gaat over de periode 1600-1850. Deze boedelinventarissen geven informatie over de voorwerpen die zich op een bepaald moment in een huis bevonden. Op deze manier ontstaat een beeld over bijvoorbeeld de inrichting of het aantal aanwezig potten, pannen, dekens en lakens van een bepaalde kamer.
Tot slot
Bij onderzoek naar gebouwen dient rekening gehouden te worden met het feit dat niet alleen de nummering van huizen in de loop van de tijd is veranderd, soms zijn ook straatnamen veranderd of hele straten verdwenen door bijvoorbeeld oorlogsgeweld of renovatie van een wijk. Denk aan de vroegere wijk Lombok op de plaats van het huidige Essent-gebouwencomplex of aan herstructurering van de Tolbrug. Ook is in 1909 de aanduiding van adressen veranderd van letter van een wijk en huisnummer naar straatnaam en huisnummer (Wijk A-2 werd Markt 3). In dit soort gevallen kan een studiezaalmedewerker u verder op weg helpen.
Bij onderzoek naar gebouwen dient rekening gehouden te worden met het feit dat niet alleen de nummering van huizen in de loop van de tijd is veranderd, soms zijn ook straatnamen veranderd of hele straten verdwenen door bijvoorbeeld oorlogsgeweld of renovatie van een wijk. Denk aan de vroegere wijk Lombok op de plaats van het huidige Essent-gebouwencomplex of aan herstructurering van de Tolbrug. Ook is in 1909 de aanduiding van adressen veranderd van letter van een wijk en huisnummer naar straatnaam en huisnummer (Wijk A-2 werd Markt 3). In dit soort gevallen kan een studiezaalmedewerker u verder op weg helpen.
NB Deze periode is wel aanwezig op het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) cq bij het kadaster in Eindhoven. Op het BHIC kan gezocht worden op een beveiligde website van het kadaster. Hierop zijn de eigendomsoverdrachten, nieuwbouw, afbraak van panden en splitsing/samenvoeging van percelen over de periode 1832-circa 1980 geregistreerd. Om te kunnen zoeken is bv een kadastraal nummer van het pand of het perceel nodig. De registraties die gevonden worden verwijzen naar andere eigenaren, andere perceelnummers en naar een deel en nummer van het hypotheekregister (eveneens in het BHIC).