Ambachtsgilden
A. Gilden die al vóór 14 september 1629 bestonden
I. Gilden, waarvan de dekens het derde lid van de stadsregering vormden:
1. Het smedengilde.
2. Het molenaars- en olieslagersgilde.
3. Het bakkersgilde.
4. Het korenkopersgilde.
5. Het slagersgilde.
6. Het viskopersgilde.
7. Het looiers- en schoenmakersgilde.
8. Het wolwevers- en drapeniersgilde.
9. Het kramers- en tingietersgilde.
10. Het gewantsnijders-, droogscheerders- en kleermakersgilde.
11. Het bontwerkersgilde.
12. Het nestel-, bonnet- en handschoenmakersgilde. «
13. Het speldenmakersgilde.
14. Het schrijnwerkers-, draaiers-, kuipers-, rademakers-, lademakers- en spaanse
stoelenmakersgilde.
15. Het verwers- en wedersgilde.
16. Het hoedenmakersgilde. *
17. Het plattijnmakersgilde.
II. Gilden, waarvan de dekens geen deel uitmaakten van het derde lid van de stadsregering:
18. Het voldersgilde.
19. Het linnen- en tapijtweversgilde.
20. Het goudsmedengilde.
21. Het schilders-, beeldsnijders-, glasmakers-, borduurstikkers- en legwerkersgilde.
22. Het barbiers- en chirurgijnsgilde.
23. Het timmerlieden-, metselaars-, steenhouwers-, straatmakers- en leidekkersgilde.
24. Het kruiwagenkruiersgilde.
25. Het lint- en passementswerkersgilde.
B. Gilden, die na 14 september 1629 zijn opgericht
26. Het schippersgilde.
27. Het oudekleerkopersgilde.
28. Het bierdragersgilde.
29. Het zakkendragersgilde.
30. Het koren- en zoutmetersgilde.
31. Het schoolmeestersgilde.
32. Het turftonders- en turfdragersgilde.
33. Het voerliedengilde.
34. Het kraankinderengilde.
35. Het baardragersgilde.
36. Het gilde van de veerlieden op Den Dungen.
37. Het gilde van de veerlieden op Hintham.
38. Het gilde van de veerlieden op Vlijmen.
39. Het gilde van de veerlieden op Deuteren.
Patroonheiligen van de Bossche ambachtsgilden



