Deze website gebruikt 'cookies' om u zo goed mogelijk van dienst te zijn. Gaat u hier mee akkoord? Ja Nee

1794-1874 vernieuwing, maar binnen de wallen

Afbakening
In 1794 vallen de Fransen ons land binnen en brengen een vernieuwing van het staatsbestel mee.
In 1874 zal de Tweede Kamer de zgn, Vestingwet aannemen; 's-Hertogenbosch mag zich buiten de stadswallen uitbreiden omdat de stad geen vesting meer is.

Stadsbestuur
Een door Bosschenaren gekozen stadsbestuur is een van de vernieuwingen die vanaf 1794 worden doorgevoerd. Niet iedereen mag stemmen; het is slechts aan enkelen voorbehouden.
Vanaf 1814 vormt de Gemeenteraad het hoogste bestuur in de gemeente. Het dagelijks bestuur wordt gevormd door Burgemeester en Wethouders.

Economische ontwikkeling
's-Hertogenbosch blijft een handelsstad. Door de aanleg van de Zuid Willermsvaart verliest de stad een deel van haar handelsfunkties. De Veemarkt zal een sterke groei doormaken, omdat de Meierijse boeren van de produktie van granen overschakelen op veeteett.
Doordat de vestingrnuren de stadsgrenzen vormen kan er geen industriële ontwikkeling op grotere schaal plaatsvinden.

Godsdienst
De katholieken krijgen volledige vrijheid van godsdienst terug. Zij vormen in aantal de meerderheid, (katholieken 80%, protestanten 20%), Vanaf 1853 heeft 's-Hertogenbosch weer een eigen bisschop.

Sociale zorg
In het begin van de negentiende eeuw vindt een grote concentratie plaats van de verschillende gods- en gasthuizen onder één instelling; de Godshuizen. In het midden van de negentiende eeuw worden er Vincentiusverenigingen opgericht die naast de bestaande armenfondsen de bedeelden ondersteunen.

Cultuur
De in 1812 gestichtte Koninklijke School is een centrum van cultuur geworden. Velen hebben er onderwijs gevolgd. De Schutterij bezat een eigen muziekcorps. Plaatselijke sociëteiten en liedertafels verzorgen culturele avonden.

1794
Op 9 oktober, na een beleg van slechts drie weken, kapituleert de militaire gouverneur van de stad Willem van Hessen-Philipsthal voor het Franse leger onder leiding van Pichegru. De 's-Hertogenbossche Vaderlandsche Courant verschijnt vanaf 14 oktober met als hoofd; 'Vrijheid, Evengelijkheid, Eenheid en Broederschap'. Op de Markt wordt een vrijheidsboom geplant. Een week later, op de 22e, wordt het stadsbestuur ontbonden en vervangen door een nieuw; bestaande voor de helft uit hervormden en voor de helft uit katholieken, deze laatsten voor het eerst sinds 1629.

1795
Op 4 april worden de leden van het stadsbestuur, municipaliteit geheten, door de Bosschenaren zelf gekozen.

Op 5 juli stelt de Vaderlandse Sociëteit het stadsbestuur een naamswijziging van 's-Hertogenbosch voor. Men wil tijdens de Bataafse tijd niets weten van het feodale verleden; de naam 's-Hertogenbosch valt bij hen niet meer in de smaak. Voorgesteld wordt de naam Brutusbosch (Brutus, de moordenaar van Cesar, wordt beschouwd a!s een 'tirannenmoordenaar'). Het stadsbestuur neemt de brief voor kennisgeving aan.

1798
De ambachtsgilden worden afgeschaft. Op deze manier wordt bedrijfsvrijheid geschapen die concurrentie opwekt. Dit kan stimulerend werken.

J. Goldberg, agent van de Nationale Oeconomie, brengt van 19 tot 23 juli een werkbezoek aan Den Bosch. Hij bezoekt hier o.a. een branderij, een brouwerij, een speldenfabriek, een kantmakerij, een garentwijnderij, een lintfabriek, de houtzaagmolen, een oliemolen en een hoedenmakerij. De municipaliteit informeert bij hem of er door de Meierij kanalen gegraven gaan worden en zo ja, welke. Immers de hoge overheid wil dit gaan doen.

1799
In de voormalige Vughterbinnenpoort werd In 1677 een ruimte ter beschikking gesteld van rariteiten; een eerste stedelijk museum.
In 1794 werd er een katalogus van samengesteld om de tentoongestelde voorwerpen te verkopen, doch wegens oorlogsomstandigheden ging de verkoop niet door. In 1799 wordt deze voormalige Stadspoort gesloopt en de rariteiten overgebracht naar elders en in het openbaar verkocht. Ruim een eeuw waren historische, natuurkundige en biologische voorwerpen alsmede rariteiten in deze expositieruimte te zien.

1800
In de zestiende eeuw telde de stad ongeveer vijftig bierbrouwerijen en was dit een welvarende bedrijfstak. Gedurende de generaliteitsperiode mocht er slechts voor plaatselijk gebruik gebrouwen worden. In 1800 telt de stad slechts acht bierbrouwerijen.

Een nieuw opgerichte bedrijfstak is die van de branderijen en jeneverstokerijen. Vóór 1798 was dit niet toegestaan, hoewel Den Bosch een bloeiende graanhandel heeft.

1801
Door enige 'mensenvrienden' wordt een kousenfabriek opgericht, met als doel een bijdrage te leveren tot de opheffing van volksarmoede. Aanvankelijk vinden vele vrouwen en meisjes werk in deze 'armenfabriek'. Van stadszijde wordt er geen enkele subsidie verleend.
Door gebrek aan belangstelling van de burgerij (er komen geen opdrachten) om dit liefdewerk te steunen, wordt de fabriek na zeven jaar opgeheven.

1803
In de tijd van de Bataafse republiek is de positie van de katholieken aanmerkelijk verbeterd. In 1803 poogt vicaris Van Alphen de oude parochies te herstellen en daarmee het parochieel contact tussen geestelijken en leken. Eerst in 1840 zal dit geschieden.

1804
Het stadsbestuur vaardigt een afbraakverbod uit. Voortaan moet er voor de sloop van huizen eerst een vergunning bij het stadsbestuur worden aangevraagd.

1805
In de Sint-Jorisstraat wordt een nieuw tuchthuis gebouwd. De gevangenen zullen in dit tuchthuis door arbeid in hun onderhoud moeten voorzien. Op deze wijze zal de overheid minder hoeven te betalen aan het in bewaring houden van gedetineerden. In 1808 is het tuchthuis gereed.

Op 8 en 9 december verblijft Napoleon in Den Bosch, waar hij logeert in het hotel 'De Gouden Leeuw' van de heer Halewijn aan de Schapenmarkt.

1807
De voornaamste tak van de handel is die in granen, voornamelijk rogge, boekweit, haver en gerst. Per dag gaan er twee- a driehonderd karren, met 4 a 6 zakken rogge of boekweit beladen naar de markt.

1808
Door het Bossche stadsbestuur worden de ambachtsgilden heropgericht; echter onder de benaming 'corporaties'. Door koning Willem I worden ze echter in 1818 definitief ontbonden.

Onbekenden halen in de nacht van 3 op 4 september de op de Markt geplaatste vrijheidsboom neer.

1809
In 1808 roept de burgemeester van Den Bosch zijn mede-burgers op zich te laten inenten tegen de pokken. Dit gebeurt door middel van de zgn. koepokinentingen. ledere dinsdagmorgen tussen 8 en 9 uur bestaat hiervoor gratis de mogelijkheid in het Groot Burgergasthuis. In het eerste kwartaal van 1809 worden 322 personen kosteloos ingeënt door de stadsdokter; andere geneesheren enten in dezelfde periode 156 mensen tegen betaling in.

1810
Op 3 februari trekken Franse troepen de stad binnen en kondigen de staat van beleg af.
Op 16 maart tekent koning Lodewijk de akte waarbij hij afstand doet van het gebied ten zuiden van de Waal ten gunste van Frankrijk. Op 9 juli zal de rest van Nederland volgen.

's-Hertogenbosch wordt de hoofdstad van het Departement van de Monden van de Rijn.

De armoede in de stad is zeer groot. Op een totale bevolking van ca. 13.500 wordt ruim één derde bedeeld. Er zijn ongeveer tweehonderd beroepsbedelaars in de stad.

Tijdens een bezoek aan de stad belooft Napoleon de Sint-Jan aan de katholieken terug te geven. Een katholieke deputatie heeft hem hierom gevraagd. Het antwoord van de keizer luidt: 'Vous aurez la grande ,église et un évêque aussi'. Dat is niet de bedoeling: de Bosschenaren willen geen door de keizer benoemde maar niet door de paus erkende bisschop. Liever heeft men zelfs geen Sint-Jan dan een schisrnatieke bisschop. Ondanks dit 'misverstand' komt de Sint-Jan in katholieke handen. De toren van de Sint-Jan wordt eigendom van de gemeente 's-Hertogenbosch en de hervormden krijgen een schadeloosstelling uitbetaald die hen mede in staat zal stellen een eigen kerk in de Kerkstraat te laten bouwen.

De Fransen voeren een fusie in van alle liefdadige instellingen in de stad. Het latere Soeverein Besluit van koning Willem l (d.d. 31 december 1814) wordt zo geïnterpreteerd, dat alle godshuizen die niet van kerkelijke aard zijn verenigd worden onder één bestuur: 'Het College van Regenten over de Godshuizen en den Algemeenen Armen', in de volksmond 'De Godshuizen' genaamd.

1812
Door Napoleon wordt mr. A.G. Verheyen benoemd tot burgemeester van 's-Hertogenbosch. De heer Verheyen is in Loon op Zand geboren en is vóór zijn benoeming tot burgemeester raadslid en wethouder van Den Bosch.
Bij Soeverein Besluit van koning Willem l d.d. 1 december 1814 zal hij één van de drie Bossche burgemeesters worden. In 1848 zal hij als burgemeester aftreden. Hij overlijdt in 1857.
Gedurende de Tweede Wereldoorlog is gedurende enige jaren de Prins Bernardstraat naar hem genoemd: Maire Verheyenstraat.

Opgericht wordt de 'Academie Imperiale et Royale de Peinture, Sculpture et Architecture'. Sinds 1814 heet zij de Stadsacademie voor Tekenen Schilderkunst, weer later de Koninklijke School voor Nuttige en Beeldende Kunsten.
In 1953 is de school opgeheven en wordt er opgericht de L.T.S., de M.T.S. en de Koninklijke School voor Kunst en Nijverheid (de Kunstakademie).

1813
Omdat Napoleon voor zijn snelle troepenverplaatsingen weinig obstakels kan gebruiken, wordt in 1813 de Leuvense Poort (Gevangenpoort, voormalige Hinthamerpoort) grotendeels afgebroken. De Poort ligt in de Hinthamerstraat, die een onderdeel vormt van de verbindingsweg Breda -Nijmegen.
Het is de laatste stadspoort van de eerste omwalling. De Antwerpse Poort (voorin de Vughterstraat) was reeds in de veertiende eeuw afgebroken; de Brusselse Poort (in de Orthenstraat) omstreeks 1800.

1814
Om vier uur in de morgen van de 26e januari doen Pruisische troepen onder bescherming van de duisternis een grote aanval op de stad. Met hulp van Bosschenaren worden de wachten bij de Hinthamer- en de Vughterpoort overmeesterd, de poorten geopend en de stad ingenomen.

1815
Er komt een nieuw 'Stedelijk Reglement' tot stand. In dit reglement wordt o.a. bepaald dat er drie burgemeesters zijn (dit zal gelden tot 1824). De kiesgerechtigde mannen die een bepaalde census betalen (grondbelasting en personele recht) mogen een kiescollege kiezen. De census voor 1816 wordt gesteld op tien gulden. Dat betekent dat er van de ca. 13.000 Bosschenaren er slechts 1198 kunnen kiezen. Het kiescollege wijst de raadsleden aan die door de koning benoemd worden. De census voor de gekozenen is 25 gulden.

De Schutterij wordt in 1815 opgericht als een soort volksleger. Jaarlijks worden er door de Schutterij wedstrijden (vooral in het scherpschieten) georganiseerd, die meestal in Orthen gehouden worden. Een muziekkorps maakt deel uit van de Schutterij, die in 1906 zal worden opgeheven.

1816
Op 11 december wordt het Koninklijk Besluit ondertekend waarbij de Sint-Jan definitief aan de katholieken wordt gelaten.
De katholieken moeten een bedrag van zestigduizend gulden in 's Rijks kas storten. Uit deze schatkist zal voor de hervormden een geheel nieuwe kerk gebouwd worden. Om dit laatste te bereiken zal de stad aan de hervormden het Geefhuis en de daarachter gelegen gronden in de Hinthamerstraat afstaan. De gemeente 's-Hertogenbosch zal eigenaar worden van de voormalige Annakapel en de toren van de Sint-Jan.

1818
Lieve Vrouwe Broederschap nodigt prins Willem (de latere koning Willem II) uit Zwanenbroeder te worden. Hij aanvaardt de uitnodiging en wordt Koninklijk Zwanenbroeder. Dit verzoek wordt in 1818 gedaan, omdat de Broederschap haar vijfhonderdjarig bestaan viert en het herstel van de banden met het Koninklijk Huis (Willem l de Zwijger was ook lid) zou een jubileum zeker doen slagen.
Momenteel is o.a. koningin Beatrix Koninklijk Zwanenbroeder.

De sloop van het voormalige Geefhuis om plaats te maken voor een nieuwe hervormde kerk gaat niet door. Er vindt een nieuwe ruil plaats: de Annakapel zal nu in handen van de protestanten komen. Een jaar later zal de kapel gesloopt worden, in 1820-1822 wordt de hervormde kerk gebouwd.

De bestrating van het wegdek tussen Stratum en Borkel komt gereed, waardoor de gehele weg 's-Hertogenbosch - Luik bestraat is. Met de aanleg van deze weg is de stad 's-Hertogenbosch in 1740 met eigen geldmiddelen begonnen.

1819
In 's-Hertogenbosch wordt een afdeling opgericht van de Nederlandse Maatschappij Tot Nut Van 't .Algemeen ('t Nut).
De inspecteur-generaal van de Waterstaat bezoekt 's-Hertogenbosch in oktober, om te informeren wat de Bossche mening is over een eventueel aan te leggen kanaal tussen 's-Hertogenbosch en Maastricht. Men is niet enthousiast. 's-Hertogenbosch heeft altijd gediend als een havenplaats, waarin de goederen ontscheept worden en verder over land getransporteerd.
Indien een dergelijk kanaal zou worden aangelegd, dan zal de overslagfunktie van 's-Hertogenbosch zeer sterk teruglopen en het werk van honderden Bosschenaren doen wegvallen. 'Den totalen ondergang der stad 's-Hertogerfbosch' wordt gevreesd.

1820
J.A. Heeren, kapelaan bij de parochie Sint-Jacob, richt op 7 juli 1820 de congregatie 'Dochters van Maria en Joseph' op, beter bekend als 'de zusters van de Choorstraat'.

1821
De hervormde kerk in de Kerkstraat is gereed. Zij is gebouwd op de plaats van de voormalige Annakapel. Op zondag 6 januari 1822 zal de kerk worden gewijd door de oudste Bossche predikant, ds. Zeger de Jongh. Over tien jaar, in 1831, zullen de Utrechtse gebroeders Batz er een fraai orgel in aanbrengen.

1822
Gestart wordt met het graven van een kanaal tussen Den Bosch en Maastricht: de Zuid Willemsvaart. Als er even sprake van is (althans die geruchten gaan er) dat dit kanaal buiten de wallen om aangelegd wordt, probeert het Bossche stadsbestuur dit tegen te gaan. De Zuid Willemsvaart wordt door de stad aangelegd, grotendeels over onbebouwd terrein. Slechts enige huizen bij het Hinthamereinde zullen verdwijnen en ook de Kleine Hekel wordt afgebroken.

1823
De in 's-Hertogenbosch woonachtige Joden krijgen een eigen synagoge in de Mortelstraat. Ruim een eeuw later zal de hoofdingang verlegd worden naar de andere zijde van het gebouw aan de Prins Bernardstraat.

1824
Het voormalige Geefhuis (aan de sloop ontsnapt omdat men er het plan had een hervormde kerk te bouwen) wordt verbouwd tot het Oude Mannen- en Vrouwenhuis. Als men de toegangspoort binnenkomt treft men er aan de ene zijde de mannen aan, aan de andere zijde de vrouwen. Echtparen kunnen niet bij elkaar blijven. Deze situatie blijft tot ca. 1960 gehandhaafd.
Het voormalige Geefhuis, later Oude Mannen- en Vrouwenhuis biedt nu huisvesting aan de Openbare Bibliotheek.

1826
Op de verjaardag van koning Willem l, 24 augustus, wordt de naar hem genoemde Zuid Willemsvaart feestelijk geopend.

1830
In verband met de dreigende oorlogstoestand wordt voor de vestingstad 's-Hertogenbosch de staat van beleg afgekondigd; alle bevoegdheden van de burgerlijke autoriteiten gaan over op de militaire bevelhebber.
Het dagblad De Noord-Brabander krijgt een verschijningsverbod opgelegd. Later mag het weer worden gepubliceerd na een drievoudige censuur te zijn gepasseerd.

Op 5 augustus slaat de bliksem in de toren van de Sint-Jan. De spits en het klokkenhuis verbranden. Op het ogenblik dat de bliksem inslaat, is er iemand bezig met het opwinden van het uurwerk. Door de schrik valt deze man van de trap en raakt zwaar gewond.

1831
Op 24 juli reikt de Prins van Oranje aan de Bossche Schutterij op het Plein, vóór de Citadelkazerne, het vaandel uit.
Ruim een week-later vindt de Tiendaagse Veldtocht plaats (2-12 augustus). De Bosschenaren onderscheiden zich bij deze veldtocht. Vier leden van de Schutterij krijgen de Militaire Willemsorde. Op 12 september keren de Bosschenaren terug in de stad.

1832
De stenen brug over de Dieze in de Korenbrugstraat (tussen de panden Sint-Christoffel en De Drie Kronen) stort op 27 november in.

1833
Het huidige Bisschoppelijke Paleis aan de Parade heeft in de periode 1830-1839 (tijdens de Staat van Beleg in 's-Hertogenbosch) een militaire funktie gehad. Van 1830 tot 1833 was het een kazerne, in de zes daaropvolgende jaren een militair hospitaal.
In 1833 wordt de Broederschap van Sint-Lucas opgericht, die tot doel heeft de bevordering van de schilder-, teken- en toonkunst.

1836
In Noord Brabant wordt het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen opgericht (thans Noordbrabants Genootschap). In de eerste jaren van haar bestaan organiseert het Genootschap vele prijsvragen, waarbij naar aanleiding van gestelde vragen opstellen (of wetenschappelijke studies) geschreven kunnen worden .

1838
Het Militaire Commandement aan de Hinthamerstraat krijgt een nieuwe funktie: Provinciaal Gerechtshof.

1839
Het eindverdrag met België wordt op 19 april gesloten en op 8 juni geratificeerd.
Op 14 juni krijgt het Bossche stadsbestuur van de provinciale commandant en opperbevelhebber van de vesting, generaal-majoor L. J. George, het bericht dat de staat van beleg voor de vesting is opgeheven.

Het stadsbestuur eist namens alle eigenaren van grond rondom de stad een schadevergoeding i.v.m. de militaire inundaties van de afgelopen negen jaar. Eerst in 1849 zal deze kwestie geregeld worden. Andere aandachtspunten van het stadsbestuur, waar de afgelopen negen jaar niets aan gedaan is, zijn:

  • het herstel van de haven.
  • de afgebrande spits van de Sint-Jan moet worden hersteld.
  • de dijken langs de Zuid Willemsvaart moeten worden bestraat.
  • de Binnendieze moet worden schoongemaakt en uitgebaggerd.

1840
Als gevolg van de negen jaar durende staat van beleg, het verblijf van zoveel soldaten in de stad en het verminderde politietoezicht, zijn er over de hele stad heen bordelen verspreid geraakt. Op voorstel van B&W worden de bordelen geconcentreerd in de Lange Tolbrugstraat; overal elders in de stad worden zij gesloten. Op 5 juli 1844 wordt er door de Gemeenteraad een reglement op de publieke huizen en publieke vrouwen vastgesteld.

Na de dood van deken-plebaan Joannes Hoogaerts op 21 september worden de parochies Sint-Jan en Sint Pieter weer gescheiden.

1841
Nadat Bossche ondernemers er twee jaar tevoren al om hadden gevraagd, wordt in 1841 de Kamer van Koophandel opgericht. De Kamer krijgt een geschikt lokaal op het stadhuis, licht en vuur, alsmede een jaarlijkse subsidie van vijftig gulden.

De Catharinakerk wordt in Waterstaatstijl gebouwd; enkel het uit 1533 daterende koor blijft gehandhaafd.

Petrus Marinus Slager wordt geboren. Hij zal bekendheid gaan genieten als een schilder die zich vooral op het portret heeft toegelegd. Als docent heeft hij velen het schilderen bijgebracht.
Vier van zijn kinderen zijn eveneens schilder geworden: Piet (1871-1938), Frans (1876-1953), Jeannette (1881-1946) en Corry (1883-1927) evenals zijn kleinzoon Tom (geb. 1918). P.M. Slager is in 1912 in zijn geboortestad overleden.

De Bossche gemeenteraad benoemt dr. C.R. Hermans tot stadsarchivaris. Hermans (die ook rector van de latijnse school - na 1848 gymnasium -is) blijft bezoldigd archivaris tot 1849. Als de stad geen financiële middelen meer zal bezitten om de archivaris te betalen (jaarsalaris f. 100,—) blijft dr. Hermans als onbezoldigd archivaris doorgaan met zijn werkzaamheden tot 1857.

De zusters van J.M.J. vestigen vanuit hun moederhuis te Engelen een afdeling in 's-Hertogenbosch. In 1871 zal het moederhuis zelf naar deze stad worden overgebracht.

1842
Henricus den Dubbelden, apostolisch vicaris van 's-Hertogenbosch, wordt tot titulair bisschop van Emaus benoemd. Den Dubbelden wordt echter niet de eerste bisschop van het herstelde diocees.

Op 7 september vindt er een nieuwe parochie-indeling plaats. Het gebied van de parochie Sint-Jan wordt verkleind, maar bezit een eigen kerkhof; wat de andere parochies niet hebben.

In 1841 al heeft het stadsbestuur het Ortheneinde tot aan de Zuid Willemsvaart met lindebomen beplant. Bij een van de bruggen over het kanaal wordt een groep kastanjebomen neergezet en langs de gehele noordelijke kanaaldijk worden zware linden en vlaamse populieren geplant. In het Jaarverslag over 1842 meldt het stadsbestuur dat alle geschikte plaatsen tot genoegen van de burgerij beplant waren.

In 1842 wordt ook de spits van de Sint-Jan hersteld na de brand van 1830. De klokkenhuizen (welke verwoest waren) keren niet meer terug; de klokken worden tegen de schuine zijkanten geplaatst. Pas bij de restauratie in 1975 komen de klokkenhuizen terug.

1843
Het Ministerie van Oorlog verzoekt het stadsbestuur een nieuwe militaire gevangenis in de stad te bouwen. De Gemeenteraad beschikt afwijzend en wijst op de Citadelkazerne.

De Sint-Pieterskerk wordt gebouwd naar een ontwerp van architect Laffertee.
Nadat op 11 april 1842 door Henricus den Dubbelden de eerste steen is gelegd, wordt in 1843 de Sint Pieterskerk naar een ontwerp van J.H. Laffertee gebouwd. Deze Waterstaatskerk krijgt van een van haar parochianen een orgel ten geschenke, vervaardigd door orgelbouwer Smits. Op 26 september consacreert Den Dubbelden de kerk. De kerk wordt in januari 1972 gesloten. Ruim 10.000 handtekeningen worden in 1976 verzameld om de kerk te behouden voor het nageslacht, onder het motto 'Red de Sint-Pieter'. Van de drie Bossche katholieke Waterstaatskerken is enkel deze over.

1844
De Sint-Jacobskerk is te klein. De pastoor van de parochie, Kemps, laat een nieuwe kerk bouwen naar een ontwerp van architect Arnoldus van Veghel. Het oude priesterkoor blijft behouden.
Evenals de katholieke Sint-Catharina, en Sint-Pieter is het een Waterstaatskerk.
Namens de minister van oorlog wordt er gevraagd in Den Bosch een nieuwe overdekte manege te bouwen. De Parade wordt door de minister als de meest geschikte plaats geoordeeld. Vooral wegens het daar staande weeshuis wordt er bezwaar tegen gemaakt. Eerst in 1900 zal er een overdekte manege worden gebouwd; aan de Hekellaan.

1844-1846
Als voorwerken voor de vesting 's-Hertogenbosch worden in Vught acht lunetten aangelegd. Ze moeten de veldwerken gaan vervangen die in de jaren 1831-1839 door het Nederlandse leger aangelegd waren op de lijn Cromvoirt - Helvoirt - Esch.

1845
In onze stad wordt het blad 'De Tijd' opgericht. Na een jaar zal het in Amsterdam worden uitgegeven.
In mei richt het stadsbestuur een verzoek aan de koning om bij de aanleg van spoorwegen door het land de belangen van de stad en de provincie niet te vergeten. In oktober worden vertegenwoordigers van het stadsbestuur ontvangen door de ministers van Binnenlandse Zaken en van Oorlog, die de deputatie de verzekering geven dat bij de aanleg van spoorwegen 's-Hertogenbosch een middelpunt daarvan zal worden.

1846
Per Koninklijk Besluit van 11 maart wordt aan de firma Donkers uit Middelburg de concessie verleend een spoorweg aan te leggen over het traject Vlissingen - Bergen op Zoom -Tilburg - 's-Hertogenbosch - Helmond -Venlo - Maastricht. Zodra dit nieuws in de stad bekend wordt, worden er vlaggen uitgestoken en het stadhuis geïllumineerd. De krant de Noordbrabander geeft een speciale bijlage uit. In 1849 echter verloopt de concessie, zonder dat er gebruik van is gemaakt...

De Waalse gemeente (die voorheen de Sint-Annakerk gebruikten) verbouwen een eigen kerk in de Verwersstraat waar zij hun diensten gaan houden. Momenteel is deze kerk een Lutherse kerk.

Het uit het begin van de zestiende eeuw daterende gebouw van de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap begint gebreken en scheuren te vertonen. De Broederschap besluit een nieuw gebouw te laten ontwerpen door architect Laffertee, die in de stad ook al de Sint-Pieter had ontworpen. Voor de bouw geeft koning Willem II een bedrag van tweeduizend gulden en kroonprins Willem vierhonderd gulden. Op 11 april 1846 vindt de eerste steenlegging plaats. Anderhalf jaar later is het in Engelse neo-gotische stijl gebouwde pand voltooid. Het komt te staan op dezelfde plek waar het andere pand van de Broederschap heeft gestaan.

1847
In dit jaar ontstaan ook in 's-Hertogenbosch de zgn. Vincentius-verenigingen. Deze verenigingen (met in iedere parochie een eigen afdeling) doen veel goed werk ten behoeve van de minder bedeelden.

Door knechten van Bossche goud- en zilversmeden wordt de Confrèrie Sint-Eloy opgericht. Het is een broederschap voor de betere gezellen (dus niet voor de gewone arbeiders, noch voor de smeden zelf). Het doel is sociaal werk te doen: vooral gericht op de verzekering van de leden tegen de financiële gevolgen van ziekte, ongeval en overlijden.

1848
De latijnse school wordt omgezet tot een stedelijk gymnasium. Op maandag 18 september worden in de raadszaal van het stadhuis de prijzen voor de beste leerlingen van de latijnse school uitgereikt. Op dinsdag 19 september beginnen de lessen aan het gymnasium.

1850
Door de aanleg van de Zuid Willemsvaart, vijf en twintig jaar geleden, is de funktie van de Bossche havens als overslaghaven zeer sterk teruggelopen.

Het idee wordt geopperd tussen de Haven en de Orthenstraat een overdekte Korenbeurs te bouwen. Door deze beurs hoopt men de handel in koren weer te laten opbloeien. Dit is niet gelukt, doordat de landbouwbedrijven op de Meierijse zandgrond tussen 1850 en 1870 struktureel veranderen. De akkerbouwprodukten worden niet meer op de markt verkocht; zij worden als veevoeder verstrekt. De graanmarkt verloopt.

Eveneens in 1850 pleit het gemeenteraadslid Van de Mortel het aantal beestenmarkten uit te breiden. Hij voorziet een sterke groei niet van akkerbouwprodukten, maar van veeteeltprodukten (melk, boter, kaas) en vee.
Van de Mortel wil vijf beestenmarkten instellen. Dit gebeurt. Door de sterke groei zal het aantal spoedig worden uitgebreid. In 1872 14x per jaar, in 1882 24x. Vanaf 1892 vindt er wekelijks een beestenmarkt plaats. De Bossche Veemarkt is inmiddels uitgegroeid tot een van de grootste veemarkten van West Europa.

1853
Paus Pius IX vaardigt op 4 maart 1853 de bul 'Ex qua die arcane' uit over het herstel van de hiërarchie in Nederland. Mgr. Zwijsen wordt de eerste bisschop na 1629. In 1853 heeft deze bisschop zich beijverd om het beeld van de Zoete Lieve Vrouw van Den Bosch terug te halen uit België. Het lukt! Plebaan van Liempt en J. van der Lee (Bosschenaar, maar als kapelaan verbonden aan 't Heike te Tilburg) halen het beeld in Brussel op en brengen uit Mechelen het Mirakelboek mee. De sieraden van het Mariabeeld blijven in België.
Op 27 december, de feestdag van Sint-Jan de Evangelist, keert het Mirakelbeeld in een plechtige processie terug in de Sint-Jan.

In het midden van de negentiende eeuw begint de gedachte te leven dat er tot restauratie van de Sint-Jan moet worden overgegaan. Het Provinciaal Genootschap schrijft een wedstrijd uit met als onderwerp een restauratieplan voor de Sint-Jan. Het in te dienen plan zal gebaseerd moeten zijn op het exterieur van de kerk.

1854
In de stad wordt een particuliere gasfabriek opgericht, gebouwd op het terrein van het voormalige Geertruiklooster in de Orthenstraat. Het geproduceerde gas zal voor verlichting worden gebruikt. In 1865 zijn er ten behoeve van de openbare verlichting 308 lantaarns voor vol licht en 225 voor half licht in gebruik.

1856
Op de eerste dag van het jaar zijn er nog maar twee inzendingen gekomen bij het Provinciaal Genootschap betreffende het restauratieplan van de Sint-Jan.
Eén van beide plannen, dat van de gebr. Donkers, voldoet aan de gestelde eisen. Vijf architecten beoordelen de inzending; zij zijn van mening dat het plan grote verdiensten heeft maar toch niet als basis kan dienen voor een algehele restauratie van de Sint-Jan. Hen wordt daarom de zilveren en niet de gouden medaille toegekend.

1858
Aangezien er voortaan niet meer binnen de bebouwde kom begraven mag worden, wordt er te Orthen een nieuw kerkhof aangelegd. In 1858 worden er de eerste Bosschenaren begraven. 'Hij ligt in Orthen' is een uitdrukking om aan te geven dat betrokkene is overleden.
Op 26 oktober wordt door de bisschop een 'Commissie voor de uitwendige herstelling van de Sint-Jan' benoemd. Onder leiding van architect Veneman zal men spoedig beginnen met de restauratie van de kathedraal. Als eerste komt het noorderportaal aan de beurt. Dit zal in 1860 het geval zijn.

1860
's-Hertogenbosch is nog steeds omkneld door vestingmuren. Door het ruimtegebrek kan het voorkomen dat de tuin van de Sociëteit Casino grenst aan de stadsvuilnisbelt. In 1860 wordt deze belt naar een terrein buiten de Vughterpoort overgebracht. Het gehele terrein wordt Casinotuin.

Het ministerie Van Hal komt met een spoorwegenplan. Onder andere omvat dit de volgende trajekten: - Rotterdam -Breda - Tilburg - Eindhoven; Amsterdam - Utrecht -'s-Hertogenbosch. Beide lijnen komen in Boxtel bij elkaar.

1861
Jaarlijks heeft de stad te kampen met een wateroverlast; als een eiland ligt 's winters de ommuurde vesting in het water. De waterhuishouding mag echter niet verbeterd worden, omdat Den Bosch een vestingstad is. Bij grote overstromingen zoeken de bewoners van dorpen uit de omgeving hun heil in onze stad. In 1861 zijn er ruim 2.000 vluchtelingen. In dit jaar ook brengt het gemeenteraadslid mr. F. baron van Rijckevorsel van Kessel een rapport uit over de verbetering van de waterstaatkundige toestand rond onze stad. De plannen blijven bij B&W in de la liggen, tot er in 1871 opnieuw een zeer grote overstroming uitbreekt…

1862
De 'Fraters van Tilburg' vestigen zich in 's-Hertogenbosch, waar zij zich met het geven van onderwijs bezig gaan houden.

1864
Het noorderportaal van de Sint-Jan is gerestaureerd. Later is gebleken dat er een verkeerde steensoort is gebruikt: de Udelfanger zandsteen. Deze zandsteen bevat te veel leem. Ook worden er ijzeren doken als verbindingsstuk gebruikt, welke na verloop van tijd gaan roesten. Inmiddels is architect Veneman overleden (op 28 jan. 1863 aan een hartaanval) en hij is opgevolgd door zijn assistent L.C. Hezemans.

1866
Er breekt een cholera-epidemie in de stad uit. De Omgang werd al vele jaren niet meer openlijk gelopen. Wel maakten vrouwen onopvallend een dergelijke stille omgang'. In 1866, tijdens de cholera-epidemie besluit men de route weer openlijker te gaan lopen.
De Sint-Jan zal geheel gotisch gerestaureerd worden. In de praktijk betekent dit een stijl die we neo-gotiek noemen. Alles in en aan de kerk moet in gotische stijl gebouwd zijn. In deze gedachtenwereld past het niet om een (op zichzelf bijzonder fraai) oxaal te hebben. Er wordt besloten dat het oxaal uit het begin van de zeventiende eeuw aan een belangstellende verkocht gaat worden. Architect Hub. Bolsius koopt het voor 2.700 gulden en in november 1866 begint de afbraak.
Momenteel vormt het Bossche oxaal een van de topstukken van de collectie van het Victoria and Albert Museum in Engeland.

1867
Op initiatief van de journalist H. Banning en de onderwijzer J.W. Thompson verschijnt bij drukkerij H. Bogaerts in Den Bosch 'De Katholieke Illustratie'. Na een jaar heeft dit tijdschrift al een oplage van 42.000.

1868
's-Hertogenbosch is voor het eerst per spoor bereikbaar! Op 1 november komt er vanuit Boxtel een trein naar het Bossche station.
Twee jaar later (in sept. 1870) wordt de lijn doorgetrokken naar Utrecht. Het oversteken van de vele rivieren levert dit tijdverlies op. In juni 1881 wordt de lijn Tilburg - 's-Hertogenbosch - Nijmegen in gebuik genomen. 's-Hertogenbosch is een spoorwegmiddelpunt geworden.

1871
In de tweede helft van de negentiende eeuw is de tabaksnijverheid zeer toegenomen. In ongeveer twaalf fabrieken zijn ruim tweehonderd arbeiders bezig met de produktie van sigaren.
In 1871 werkt de sigarenfabriek 'De Roode Sluier' van de firma C. Houtman met 49 arbeiders en wordt een jaarproduktie bereikt van 3.500.000 sigaren.

1873
Victor de Stuers ontdekt in Londen het voormalige oxaal uit De Sint-Jan. Hij is hevig verontwaardigd en schrijft het artikel 'Holland op zijn smalst' waarin hij aandacht vraagt voor verdwijnend cultuurbezit.
Een van de gevolgen van zijn artikel is dat de Rijksdienst voor de Monumentenzorg wordt opgericht.

1874
Op 20 januari besluit de gemeenteraad het zgn. tonnenstelsel in te voeren, waarbij de faecaliën in goed gesloten tonnen buiten de stadswallen getransporteerd zouden worden. Daar wordt ze gebruikt voor de compost bereiding. De openbare reinigingsdienst is in particuliere handen. Jaarlijks wordt het door het gemeentebestuur verpacht. Het is een winstgevende zaak, daar de zandgronden in de Meierij behoefte hebben aan compost.

Op 14 september dient minister Weitzel een wetsontwerp in, waarin voorgesteld wordt de vesting 's-Hertogenbosch op te heffen. De wet wordt aangenomen: 's-Hertogenbosch is niet meer omkneld door de stadspoorten en -muren en kan zich vrijelijk uitbreiden.