Cultuurgeschiedenis
Met de bestudering van de geschiedenis van de cultuur van 's-Hertogenbosch wordt de bestudering van de levensstijl van de levensgemeenschap in 's-Hertogenbosch beoogd. (K.van Berkel, Renaissance der cultuurwetenschap, Leiden, 1986) De wijze waarop de inwoners van de stad aan hun bestaan vorm gaven, dient derhalve onderzocht te worden. De bestudering van collectieve gedragsvormen kan inzicht verschaffen in welke mate de stad haar eigen karakter heeft bewaard en aan welke invloeden zij bloot heeft gestaan. Bovendien zou de vraag beantwoord kunnen worden welke groepen deelnamen aan cultuurvormen. De sociale spreiding is daarom eveneens voorwerp van onderzoek.
Onderwijs en opvoeding
In 1926 verscheen een geschiedenis van het onderwijs in ’s-Hertogenbosch tijdens het Ancien Regime. Grote wetenschappelijke prestaties werden niet geleverd door de hoogleraren die verbonden waren aan de Bossche Illustre School. Het wijsgerig onderwijs aan de Illustre School heeft evenmin een eigen plaats veroverd in de Nederlanden. Niettemin zou op grond van het werk dat verricht is door professor F. Sassen – enkele studies naar de docenten en leerlingen van de Illustere School - breder kunnen worden ingegaan op de prestaties die wel werden verricht. Daarnaast kan bestudering van boedelinventarissen inzicht verschaffen in de wetenschappelijke belangstelling van de Bosschenaar. Dit kon zich uiten in de aanwezigheid van een wetenschappelijke boekerij, een verzameling schelpen of het bezit van een microscoop. Het oplaten van een ballon door het 'Zaterdagavondgezelschap' wijst op activiteiten die onderzoek verdienen.
Gezien de grote culturele waarde van het onderwijs voor de samenleving verdient de geschiedbeoefening van onderwijs en opvoeding een belangrijke plaats.
Zoals te verwachten zijn veel bijdragen verschenen als 'Gedenkboek' bij een school- of Onderwijsjubileum; bij uitstek momenten om stil te staan bij idealen en om te kijken naar het vele goede dat geschied is. De kwaliteit van de bijdragen is zeer verschillend. Niettemin dragen de uitgaven bouwstenen aan voor een gedegen geschiedenis van het onderwijs in 's-Hertogenbosch. Hoewel er al veel bekend is over schoolstrijd in de negentiende eeuw dient deze nader onderzocht te worden, zowel wat het katholieke als protestantse aandeel daarin betreft. Analfabetisme in Den Bosch heeft lange tijd geheerst. De strijd daartegen verdient onderzocht te worden en in vergelijkend perspectief te worden geplaatst.
Naar studies van de geschiedenis van het onderwijs van opvoeding en onderwijs voor 1800 wordt uitgekeken. Met name de bijdrage van klopjes en andere geestelijke dochters aan opvoeding en onderwijs vereist nader onderzoek evenals de positie van de gereformeerde onderwijzers gedurende de Generaliteitsperiode. Het boek van M. de Haas (1926) kan beschouwd worden als een waardevolle aanzet.
Stedenbouw en architectuur
Dankzij de dissertatie van Ad van Drunen is veel bekend over de bouwwijze in de Bossche binnenstad in de late middeleeuwen. Bouwen in deze periode is meerdere malen voorwerp van onderzoek geweest (Bouwen en wonen in de schaduw van de Sint Jan). Aan de hand van de stadsrekeningen en de bijlagen bij deze rekeningen kan veel over de verstening van de stad worden gevonden over een latere periode. Van Sasse van Ysselt heeft begin twintigste eeuw veel speurwerk in werk verricht voor zijn Oude namen en gebouwen etc.. Over bouwen en bezittingen ligt echter veel onontgonnen terrein braak. Met name de stadsuitbreidingen na de Vestingwet van 1874, toen eindelijk buiten de vesting gebouwd kon worden, leent zich voor een gedegen studie. Hierbij valt ook te denken aan de architectuur (over de Bossche School verschenen reeds enkele studies) en de infrastructuur.
Vanzelfsprekend is de opsomming van leemten in het onderzoek naar het verleden van ’s-Hertogenbosch en haar bewoners niet uitputtend. Elke (aspirant) onderzoeker wordt, evenals voorheen, uitgenodigd tot een gesprek waarin ook de mogelijk aanwezige bronnen aan de orde kunnen komen. In het stadsarchief is die kwaliteit aanwezig om iedere (aspirant)onderzoeker te wijzen op bronnen waaraan wellicht niet als eerste wordt gedacht, maar die relevant kunnen zijn voor het historisch onderzoek.

