(kopie 1)







Home

Stamboom en Archief
tip een vriend

Kerk en godsdienst

Aansluitend bij de in de laatste jaren verrichte studies over verzuiling en ontzuiling behoort in 's-Hertogenbosch evenzeer onderzoek te worden gedaan naar deze verschijnselen en naar de ontkerkelijking, de grote breuk in de jaren zestig van de vorige eeuw.

 

De verschenen bijdragen over de geschiedenis van de Rooms-Katholieke kerk in Den Bosch richtten zich voornamelijk op de negentiende eeuw. Begrijpelijk, aangezien er voor 1900 weinig bronnen in het stadsarchief aanwezig zijn en Den Bosch in die eeuw een 'katholieke stad' werd.

Over het katholieke leven tijdens het Ancien Régime is niet veel bekend. De studies die verschenen zijn apologetisch van karakter. Recentere studies, zoals het twee-delige werk van J. Peynenburg pr., ademen nog de klerikale visie, zoals G. Rooijakkers in zijn 'Rituele repertoires' opmerkt (p.34). Maar hoe gingen gereformeerden om met katholieke christenen, en andersom. Was er sprake van een 'omgangsoecumene' ? Verketterde men elkaar of trachtte men elkaar te vermijden? In de negentiende eeuw bouwden de gelovige volksdelen aan hun eigen organisaties, om van daaruit hun boodschap in de samenleving uit te dragen. Met de in de jaren dertig van deze eeuw uitgevonden term 'verzuiling' wordt deze ontwikkeling (!) wel aangeduid.

Terecht kan ook de vraag gesteld worden wat nu het katholieke karakter van de bisschopsstad was. Bepaalden de ultra-montanen de sfeer, de nieuwe kloosters of de katholieke organisaties? Of uitte vroomheid zich ook en daarnaast in het houden van kerkelijke geboden. Wat betekende bijvoorbeeld het vasten voor de katholiek en hoe sterk werkte de devotie door in de naamgeving.

Behalve dat er in de geschiedschrijving enige aandacht besteed is aan Mgr. Bekkers en de predikant ds. Van den Akker, ontbreekt het aan aandacht voor de nog jonge geschiedenis van de oecumene.

De enorme afkalving van de katholieke kerk, voor tallozen wellicht een dramatische ervaring, vergt gedegen onderzoek. De ‘ontroomsing’ leent zich, op dit moment nog, bij uitstek voor ‘oral history’.

           

Aan de studies naar het gereformeerd-hervormde leven heeft de Bossche predikant Dr. W. Meidersma een grote bijdrage geleverd. Zijn dissertatie uit de jaren twintig van de vorige eeuw over de vestiging van de gereformeerde gemeente in 's-Hertogenbosch (1629) is een fundament gebleken voor verdere studies. De vraagstelling is vanzelfsprekend veranderd. In de archieven van de calvinistische en lutherse geloofsgemeenschappen ligt zoveel verborgen over de levenssfeer waarin velen zich bevonden. Wat betekende het geloof nu voor het dagelijks leven? Werd er paal en perk gesteld aan een bestaande volkscultuur. Zag het dagelijks leven, mede door een 'disciplineringsoffensief' in het Generaliteitsland Brabant er anders uit? Interessant is ook de vraag in welke mate de tuchtoefening van de Nederduits gereformeerde kerk in de negentiende eeuw werd 'overgenomen' door de Afgescheidenen en later door de Gereformeerden. Wie dienden trouwens de calvinistische en lutherse gemeenten in de stad. Wat was de positie van de predikanten, de ziekentroosters, catechiseermeesters en voorzangers. Alweer de vraag: waren het andere bedienaren van de ‘pastorale markt’ dan in de noordelijke provincies? Een hoe was de verhouding overheid-predikanten? Naast deze 'formele' positie van de predikanten kan de belangstelling zich ook verbreden naar de 'theologische ligging'. Was Voetius niet in 1629 in 's-Hertogenbosch geplaatst om leiding te geven aan de calvinisering? Wat de negentiende eeuw betreft is de verhouding orthodoxie en modernisme niet bestudeerd, ondanks de biografie die P.L. Schram schreef over ds. H. Pierson.[1] Hoe stonden beide groeperingen tegenover de meerderheid cq. de katholieke kerk? Het archief van de gereformeerde kerk van Den Bosch is vanaf het ontstaan in 1835 – als gevolg van de Afscheiding – aanwezig. Daaruit blijkt dat de verhoudingen vrijzinnig/modern en orthodoxie scherp getrokken waren.

De geschiedbeoefening behoeft niet in de vorige eeuw halt te houden. Een leidinggevend theoloog in de Nederlandse Hervormde Kerk was Krijn Strijd, die predikant was te 's-Hertogenbosch. Zijn kritische opstelling (hij was pacifist en lid van de PSP) kan ook onderwerp van studie zijn evenals de veranderingen in het episcopaat na het vertrek van Mgr. Bluysen.

 

Joodse gemeente

Een breed onderzoek naar de geschiedenis van de joden in 's-Hertogenbosch is nooit verricht. Het archief van de joodse gemeente - dat ook correspondentie in het jiddisch bevat - biedt, aangevuld met archivalia van de overheid, voldoende materiaal om het joodse leven in de negentiende en twintigste eeuw te bestuderen. De Bossche synagoge had een grote uitstraling naar Brabant. Het archief bevat dan ook papieren die betrekking hebben op het 'Ressort'. Het denken over de joden is vrij goed onderzocht, maar hoe dachten de joden over gereformeerden en katholieken? In hoeverre kregen of verwierven de joodse Bosschenaren toegang tot de besturen van verenigingen en de gemeente? Telden ze mee of werden ze gedoogd? De vraag of 1796 emancipatie bracht of dat het jaar beleefd werd als het begin van de teloorgang van het joodse erfgoed vraagt eveneens nadere bestudering. Naar de ondergang van de joodse gemeenschap van 's-Hertogenbosch wordt op dit moment onderzoek verricht.

 

Islam

Een belangrijk deel van de Bossche bevolking heeft als godsdienst de Islam. Hoewel het verwerven van archieven van islamitische organisaties niet eenvoudig is en archivalia zodoende voor een aanzet tot geschiedschrijving van de islamitische gemeenschap niet in aanmerking komen, kan op grond van onderzoek in de kranten die aanwezig zijn in het Stadsarchief wellicht een beschouwing gewijd worden aan de positie van de islam in 's-Hertogenbosch sedert de jaren zestig van de vorige eeuw.


Wellicht dat ook de toenemende godsdienstloosheid en belangstelling voor spiritualiteit voorwerp van onderzoek kan vormen evenals de (wild)groei van esoterie.



[1] Hendrik Pierson: een hoofdstuk uit de geschiedenis van de inwendige zending uit 1968 bevat een hoofdstuk over de periode dat Pierson hervormd predikant in Den Bosch was.