Stamboom en Archief

Memories van successie / Collaterale successie

Wat zijn memories van successie?

In 1817 werd "Wet tot het heffen eener belasting onder den naam regt van successie" van kracht. Erfgenamen moesten belasting betalen over een erfenis. Voor het innen van deze belasting werden regionale kantoren opgezet. Deze bestonden vaak uit een aantal gemeenten. Na een overlijden werd bepaald of en hoeveel belasting betaald moest worden. Hiervoor werd een ‘Memorie van successie’ opgemaakt. De memories bevatten een aantal gegevens. Allereerst de naam van de overledene, de overlijdensdatum en plaats van overlijden. Vervolgens een overzicht van het bezit aan onroerend goed (met kadastrale gegevens). Dan de namen en woonplaats van de erfgenamen. En tenslotte de datum van het testament en naam van de notaris. Het kan zijn dat er geen memorie is opgemaakt. Dit is het geval bij vererving in rechte lijn. Of wanneer het totaal van de nalatenschap minder waard was dan driehonderd gulden.  

De memories van successie 1817-1927 zijn in de studiezaal beschikbaar. Ze zijn via microfiches raadpleegbaar. Een nadere toegang is alleen via internet beschikbaar. De memories tot 1902 zijn via de website Wiewaswie toegankelijk gemaakt. Zie de link in de rechterkolom.

Wat is de indeling en beschikbaarheid?

Voor het innen van de successierechten was Noord-Brabant in 'kantoren' verdeeld. De onderdelen van de huidige gemeente  's-Hertogenbosch waren als volgt ondergebracht:

  • Bokhoven: kantoor Heusden en Werkendam. De memories zijn niet beschikbaar bij het Stadsarchief, wel bij het Brabants Historisch Informatie Centrum;
  • Empel en Meerwijk: kantoor 's-Hertogenbosch 
  • Engelen: kantoor 's-Hertogenbosch
  • ’s-Hertogenbosch: kantoor 's-Hertogenbosch
  • Rosmalen: kantoor 's-Hertogenbosch 

Collaterale successie

Ook voor 1817 werd er belasting geheven over een nalatenschap. Dit wordt collaterale successie genoemd. Deze belasting werd vanaf 1656 geheven op ‘vaste’ goederen uit erfenissen uit de zijlinie. Nalatenschappen van ouders of grootouders waren vrijgesteld. Na een sterfgeval werd bepaald of collaterale successie geheven kon worden. Daarvoor moesten de kosters iedere maand lijsten inleveren van overledenen. Dat gebeurde bij de schepenbank. Daarnaast moesten de erfgenamen zelf aangifte doen. Dit deden ze bij de ontvanger van de belastingen en bij de schepenbank. Hieronder vindt u informatie over de collaterale successie per plaats.

Bokhoven

In het archief van het dorpsbestuur en de schepenbank van de vrije heerlijkheid Bokhoven (1587-1811) zijn in diverse protocollen stukken betreffende collaterale successie opgenomen. Deze gegevens beslaan de periode 1790-1808. In de studiezaal is een index op microfiches beschikbaar. Deze index verwijst echter naar verouderde inventarisnummers. Via de concordans in de huidige inventaris kunt u de nu geldende inventarisnummers opzoeken. Met deze inventarisnummers kunt u de stukken aanvragen.

Empel

In het archief van de schepenbank van Empel (1607-1811) bevinden zich in verschillende protocollen akten betreffende collaterale successie. Deze akten bestrijken de periode 1668-1810. Deze akten zijn geïndiceerd. De index kunt u op microfiche raadplegen op onze studiezaal. De stukken dient u aan te vragen.

Engelen

In het archief van de schepenbank van Engelen (1582-1811) bevinden zich in diverse protocollen akten over de collaterale successie. Deze akten bestrijken de jaren 1791-1792. Deze akten zijn via een index op microfiches in de studiezaal nader toegankelijk gemaakt. De stukken moeten worden aangevraagd. 

’s-Hertogenbosch

In het archief van de stad ’s-Hertogenbosch (OSA) 1262-1810 bevinden zich 2 pakken met memories van collaterale successie. Het gaat om inventarisnummer 5199. Deze stukken bestrijken de periode 1702-1805. De serie is niet compleet. Er is geen nadere toegang beschikbaar. De stukken moeten worden aangevraagd.